Website laten maken
Een website laten maken: wat lever je aan, wat mag je verwachten en wat controleer je?
Wat je aanlevert, wat een webbouwer wel en niet kan beloven, en de controlelijst voor de oplevering: domeinnaam, snelheid, vermeldingen en cookies.
In dit artikel
- Heb je een webbouwer nodig, of kun je het zelf?
- Wat lever je zelf aan voor je website?
- Uitleggen wat je wilt, zonder vaktaal
- Wat mag je verwachten van een webbouwer, en wat niet?
- Wie is eigenaar van je domeinnaam en je website?
- Wat controleer je bij de oplevering?
- Wat we vonden op onze eigen sites
- Na de oplevering: wat blijft jouw werk?
- Veelgestelde vragen
Je levert je doel, je teksten, je foto's, je logo en toegang tot je domeinnaam aan. Je mag een schriftelijke afspraak over het werk verwachten, maar geen vaste plek in Google. Bij de oplevering loop je zelf een lijst van elf punten na, te beginnen met de vraag of de domeinnaam op jouw naam staat.
Wat het allemaal kost, staat in een apart stuk: wat een website kost. Hier gaat het over wat er van jou verwacht wordt en wat je van een bouwer mag vragen. En vooral over hoe je nakijkt of je krijgt wat je nodig hebt. De lijst achteraan kun je afdrukken en naast je nieuwe site leggen.
Heb je een webbouwer nodig, of kun je het zelf?
Niet elke zaak heeft een bouwer nodig. Een eenvoudige site met een paar pagina's maak je ook zelf, met een bouwpakket zoals Wix of Jimdo. Ook voor het werk om gevonden te worden, zegt Google, kan een kleine lokale zaak waarschijnlijk veel zelf doen (Google Search Central, "Do you need an SEO?").
Laten maken loont vooral als je site mensen moet overtuigen die je nog niet kennen. Of als je er zelf de tijd niet voor hebt. Twijfel je, lees dan eerst zelf maken of laten maken. En twijfel je over hoe groot je site moet zijn, dan helpt onepager of meerdere pagina's.
Kies je voor laten maken, dan blijft één ding hetzelfde: jij kent je zaak het best. Een bouwer kan alleen een goede site maken met wat jij aanlevert.
Wat lever je zelf aan voor je website?
Een goede bouwer stelt vragen, maar het gaat vlotter als je dit al klaar hebt. Het hoeft niet mooi te zijn. Een lijstje in een e-mail volstaat.
| Wat | In welke vorm | Waarom |
|---|---|---|
| Je doel | Eén zin: wat moet een bezoeker doen? Bellen, een afspraak maken, een offerte vragen | Elke keuze op de site hangt eraan vast |
| Je aanbod | Wat je doet, voor wie, en wat je anders doet dan een concurrent | Dat wordt je belangrijkste tekst |
| Teksten of de feiten erachter | Bestaande teksten, of gewoon de feiten in steekwoorden | Een bouwer kan schrijven, maar de feiten komen van jou. Meer in teksten voor je website |
| Foto's | Van je werk, je zaak en jezelf, zo groot mogelijk | Een bezoeker wil zien wie er komt en wat je al maakte. Meer in foto's op je website |
| Logo en kleuren | Het logobestand in de beste versie die je hebt | Zodat de site herkenbaar is, net als je bestelwagen of je gevel |
| Voorbeelden | Drie sites die je aanspreken, met wat je er goed aan vindt | Zo praat je over hetzelfde zonder vaktaal |
| Bedrijfsgegevens | Naam, adres, e-mailadres, ondernemingsnummer en btw-nummer | Die moeten wettelijk op je site staan, zie verder |
| Je domeinnaam | Toegang tot je domein, of de gegevens om het op jouw naam te registreren | Wie de domeinnaam bezit, bezit je adres op het internet |
| Reviews | Links naar je bestaande reviews of een paar tevreden klanten | Bewijs dat anderen je vertrouwen |
Geen foto's of geen tijd voor teksten? Zeg het meteen. Dan weet je bouwer wat er extra nodig is, en jij weet wat dat betekent voor planning en prijs.
Uitleggen wat je wilt, zonder vaktaal
Veel ondernemers vinden het moeilijk om uit te leggen wat ze willen. Je hoeft geen webtaal te spreken. Een briefing van één pagina met deze vier punten is genoeg:
- Wat moet een bezoeker doen? Bijvoorbeeld: "binnen een minuut zien dat wij badkamers renoveren in de buurt, en dan bellen".
- Voor wie is de site? Particulieren of bedrijven? Mensen uit je buurt, of uit heel het land?
- Drie voorbeelden. Niet om te kopiëren, wel om te tonen wat je aanspreekt. Bijvoorbeeld de grote foto's, of de knop die meteen opvalt.
- Wat wil je niet? Bijvoorbeeld lange lappen tekst, of een formulier met twintig velden.
Een paar woorden die je zeker zult horen, in gewone taal:
- Hosting is de computer waarop je site draait, zodat ze dag en nacht bereikbaar is.
- Domeinnaam is je adres, zoals jouwzaak.be.
- CMS is het programma waarmee je zelf teksten en foto's aanpast. WordPress is het bekendste. Of je dat nodig hebt, lees je in welk systeem je kiest.
- Responsive betekent dat de site zich aanpast aan het scherm, van telefoon tot laptop.
Wat mag je verwachten van een webbouwer, en wat niet?
Je mag een schriftelijke afspraak verwachten. Daarin staat wat er gebouwd wordt, op wiens naam de domeinnaam en de hosting staan, hoe lang een eventueel contract loopt en hoe je opzegt. Wat niet op papier staat, is achteraf moeilijk te bewijzen.
Je mag ook verwachten dat je bouwer in gewone taal uitlegt wat hij doet. En je moet weten hoe een wijziging gebeurt: doe je het zelf in een beheeromgeving, of vraag je het aan de bouwer?
Wat je niet mag verwachten, is een vaste plek in Google. Google is daar duidelijk over in zijn uitleg over het inhuren van een specialist: niemand kan je de eerste plaats beloven, en wie dat toch doet, laat je beter links liggen (Google Search Central). Voor een webbouwer geldt hetzelfde. Hij kan een site maken die Google goed kan lezen en die duidelijk zegt wat je doet. Hoe hoog je komt, hangt ook af van wat je concurrenten doen.
Let ook op contracten die vanzelf verlengen. Denk aan een contract van bepaalde duur dat stilzwijgend verlengt, zonder redelijke opzegtermijn. Tussen ondernemingen vermoedt de Belgische wet dat zo'n beding onrechtmatig is, tenzij het tegendeel bewezen wordt (art. VI.91/5 Wetboek van economisch recht). Dat is geen reden tot paniek, wel een reden om de looptijd en de opzeg vóór je tekent te lezen. Meer vragen om vooraf te stellen staan in vragen voor je een webdesigner kiest.
Wie is eigenaar van je domeinnaam en je website?
Dit is een van de vragen die ondernemers het vaakst stellen. Vaak ontdekken ze het probleem pas bij een overstap. Dan blijkt de domeinnaam op naam van de vorige bouwer te staan, en kunnen ze hun eigen adres niet meenemen.
DNS Belgium, dat de .be-domeinen beheert, waarschuwt er zelf voor: vaak registreert de bouwer de domeinnaam voor zijn klanten. En alleen de houder van de domeinnaam kan de website verhuizen, de e-mailadressen beheren of de naam vrijgeven (DNS Belgium, februari 2026).
Zo kijk je het na voor een .be-domein. Zoek je domeinnaam op bij DNS Belgium, kies "Gegevens bekijken" en klik op "Toon gegevens". In het tweede vak zie je wie de houder is. Staat daar je eigen naam of je bedrijfsnaam, dan is het in orde. Staat er iemand anders, zet het dan recht. Om een domein te verhuizen heb je een transfercode nodig, een soort wachtwoord voor de verhuis. Die gaat naar het e-mailadres van de houder.
Voor een .nl-domein zoek je de houder op via de Whois van SIDN, de openbare opzoeklijst van domeinnamen. SIDN raadt aan om bij registratie voor je bedrijf ook de naam van je bedrijf als houder in te vullen (SIDN).
Draait je site op de servers van je bouwer, vraag dan vooraf hoe je je site en je teksten meeneemt als je ooit vertrekt. Het volledige verhaal staat in van wie je domeinnaam is.
Wat controleer je bij de oplevering?
Dit is de lijst om naast je nieuwe site te leggen. Je hebt er geen technische kennis voor nodig. Elk punt kun je zelf nakijken, en bij elk punt staat waar de regel vandaan komt.
| Wat | Hoe je het zelf nakijkt | Waarom |
|---|---|---|
| 1. De domeinnaam staat op jouw naam | Opzoeken bij DNS Belgium of de Whois van SIDN, zoals hierboven | Alleen de houder beslist over je adres |
| 2. Je kunt zelf aan je site, of er is een afspraak | Je hebt een eigen login, of je weet zwart op wit hoe en hoe snel wijzigingen gebeuren | Anders ben je voor elke komma afhankelijk |
| 3. Jij bent eigenaar in Search Console, de gratis tool van Google | In Google Search Console staat jij als eigenaar; de bouwer hooguit als gebruiker | Een eigenaar beslist wie toegang heeft |
| 4. Google kent je site | Zoek in Google naar site:jouwzaak.be | Zie je resultaten, dan heeft Google je site opgenomen |
| 5. De site werkt op je telefoon | Open elke pagina op je eigen telefoon, druk op elke knop | Google beoordeelt vooral de mobiele versie |
| 6. De site is snel genoeg | Test in PageSpeed Insights | Zie de drempels hieronder |
| 7. De wettelijke vermeldingen staan erop | Naam, adres, e-mail, ondernemingsnummer, btw-nummer, bereikbaar vanaf elke pagina | Wettelijk verplicht, ook zonder webshop |
| 8. Het contactformulier legt uit wat er met gegevens gebeurt | Bij het formulier zelf staat een korte uitleg of een link | Die uitleg hoort bij het verzamelen |
| 9. Cookies pas na toestemming | Open de site in een privévenster (dan onthoudt je browser niets): staat "weigeren" even duidelijk als "aanvaarden"? | Regel van de privacytoezichthouder |
| 10. De tekst is goed leesbaar | Lichte tekst op een lichte achtergrond valt meteen op | Minimale contrastregel |
| 11. Toegankelijkheid als je online verkoopt | Alleen nodig als je online aan consumenten verkoopt. Heb je minder dan tien werknemers en hoogstens 2 miljoen euro omzet of balanstotaal, dan pas vanaf 28 juni 2030 | Wettelijk verplicht sinds juni 2025 |
Een paar punten verdienen meer uitleg.
Punt 3 en 4: Search Console. Search Console is de gratis tool van Google die toont of je site gevonden wordt en of er iets misloopt. Google raadt aan om eerst te bewijzen dat de site van jou is en daarna ongeveer eens per maand te kijken. Een sitemap indienen, een lijst van alle pagina's van je site, kan helpen om ze sneller te vinden (Google Search Central). Een eigenaar heeft volledige controle en kan anderen toevoegen of verwijderen. Zorg dus dat jij die eigenaar bent, en niet alleen je bouwer.
Punt 5: de telefoon. Google gebruikt de mobiele versie van je site om ze te beoordelen en te rangschikken (Google Search Central). Wat op je laptop mooi staat maar op je telefoon hapert, telt dus voor Google als hoe je site is.
Punt 6: snelheid. Google meet drie dingen, samen de Core Web Vitals genoemd. Het grootste beeld of blok tekst moet binnen 2,5 seconden staan. Na een tik moet de site binnen 200 milliseconden reageren. En de pagina mag tijdens het laden bijna niet verspringen, met een score tot 0,1 (web.dev). PageSpeed Insights toont twee soorten cijfers: een meting in een testomgeving en, als je site genoeg bezoek heeft, de ervaring van echte bezoekers over de laatste 28 dagen (Google). Een nieuwe site heeft nog geen bezoekerscijfers, dus dan kijk je naar de test. Let op: de reactie na een tik meet de test niet, die zie je alleen in de cijfers van echte bezoekers. Traag? Lees wat je website traag maakt.
Punt 7: de wettelijke vermeldingen. Elke website van een onderneming moet gemakkelijk, rechtstreeks en permanent tonen wie erachter zit: naam, adres, contactgegevens met e-mail en, waar van toepassing, het ondernemingsnummer en het btw-nummer (art. XII.6 Wetboek van economisch recht). Dat geldt ook als je niets online verkoopt (FOD Economie). Het wordt vaak vergeten. De FOD Economie controleerde in 2024 vooral websites van voedingszaken, horeca, kappers en kledingzaken. Bij 47,7% van de 2.158 websites en pagina's ontbraken de gegevens over wie de onderneming is, en 45,7% vermeldde het ondernemingsnummer niet (FOD Economie, augustus 2025). Wat er verder op je site moet staan, lees je in wat er op je website moet staan.
Punt 8 en 9: privacy en cookies. Wie via een formulier gegevens verzamelt, moet op dat moment uitleggen wat ermee gebeurt (Gegevensbeschermingsautoriteit). Voor cookies geldt: alleen strikt noodzakelijke cookies mogen zonder toestemming. De checklist van de Gegevensbeschermingsautoriteit vraagt een knop om alles te weigeren op dezelfde plek als de knop om alles te aanvaarden, en geen cookiemuur (GBA, cookiechecklist). Een cookiemuur is een scherm dat je site blokkeert tot de bezoeker aanvaardt. Meer in cookies op je website.
Punt 10 en 11: leesbaarheid en toegankelijkheid. De internationale norm vraagt een contrast van minstens 4,5 op 1 tussen gewone tekst en achtergrond, en 3 op 1 voor grote tekst (W3C, WCAG 2.2). Dat is goed voor iedereen, niet alleen voor wie slechter ziet. De Belgische toegankelijkheidswet geldt sinds 28 juni 2025 voor wie online aan consumenten verkoopt. Ondernemingen met minder dan tien werknemers en een jaaromzet of balanstotaal van hoogstens 2 miljoen euro vallen er tot 28 juni 2030 buiten (wet van 5 november 2023). Meer in de toegankelijkheidswet.
Wat we vonden op onze eigen sites
Naast de lijst hierboven zijn er technische basispunten die je niet zelf hoeft na te kijken, maar waar je je bouwer gerust naar vraagt. Op 30 september 2026 bekeken we ze op de vijf live sites die wij bouwden, onze eigen site inbegrepen: https, een titel en omschrijving voor Google, de instelling voor telefoonschermen, één hoofdtitel, alt-teksten bij beelden, een correct antwoord op een onbestaande pagina, het bestand robots.txt (dat zoekmachines vertelt wat ze mogen lezen), de sitemap en de canonical. We haalden daarvoor van elke site de homepage en die bestanden op, en lazen de code van de pagina. Drie klantsites die nog op een tijdelijk adres staan, telden we niet mee.
Vier van de vijf waren op al die punten in orde. Bij één site ontbraken robots.txt, de sitemap en de canonical, de regel die Google vertelt welke versie van een pagina de echte is. De site werkt, maar een sitemap kan Google helpen om nieuwe pagina's sneller te vinden. Precies het soort ding dat je pas ziet als je gericht kijkt, ook bij een bouwer die het goed wil doen.
Hoe een oude en een nieuwe site van dezelfde zaak van elkaar verschillen, zie je hieronder bij Yme Vandebuerie, die chape en vloer- en wandtegels legt. Eerst de oude site, daarna de nieuwe versie.


Wat je als bezoeker ziet: op de oude site staat de uitleg over wat hij doet in een beeld, en Google leest dat niet als tekst. Een telefoonnummer staat niet bovenaan. Op de nieuwe versie staan zijn vak en zijn regio in gewone tekst bovenaan, met meteen een knop om te bellen.
Na de oplevering: wat blijft jouw werk?
Een site is geen folder die klaar is als ze gedrukt is. Een paar dingen blijven bij jou:
- Search Console bekijken. Eens per maand volstaat. Google stuurt zelf een e-mail als het een probleem vindt (Google Search Central).
- Geduld met Google. Een wijziging is niet meteen zichtbaar. Google zegt dat dat van enkele uren tot enkele maanden kan duren, en raadt aan een paar weken te wachten voor je beoordeelt of iets werkt (Google Search Central). Hoe je daarna beter gevonden wordt, lees je in gevonden worden in Google.
- Je domeinnaam verlengen. Staat hij op jouw naam, dan krijg jij de herinnering. Laat hem niet vervallen.
- Je informatie actueel houden. Kloppen je openingsuren nog? Staat je recentste werk erop? Een site die klopt, wekt vertrouwen.
- Weten wat je doet als het misloopt. Ligt je site plat of is ze gehackt, lees dan als je website gehackt is.
Levert je site weinig aanvragen op, ook al klopt alles op deze lijst? Dan ligt het vaak aan wat er op de site staat en hoe het gebracht wordt. Daarover gaat meer aanvragen via je website.
Veelgestelde vragen
Kan ChatGPT een website voor mij maken?
ChatGPT en andere AI-assistenten kunnen teksten voorstellen. Er zijn ook bouwpakketten die met AI een eerste versie maken. De controlelijst in dit stuk blijft dezelfde: ook een site die met AI gemaakt is, heeft een domeinnaam op jouw naam, wettelijke vermeldingen en een goede werking op de telefoon nodig. Wat vandaag lukt en wat niet, lees je in een website maken met AI.
Hoe lang duurt het voor mijn nieuwe website in Google staat?
Dat verschilt. Google zegt dat wijzigingen van enkele uren tot enkele maanden nodig hebben om zichtbaar te worden. Met een zoekopdracht site:jouwzaak.be zie je of Google je site al kent, en een sitemap indienen in Search Console kan helpen om ze sneller te vinden.
Wat doe ik als mijn webbouwer niet meer reageert?
Staat de domeinnaam op jouw naam, dan vraag je zelf de transfercode aan (voor .nl: een verhuistoken bij het bedrijf waar je de naam registreerde) en neem je je adres mee naar een andere bouwer. Staat hij op naam van de bouwer, dan is het moeilijker. Hoe je dat aanpakt, lees je in van wie je domeinnaam is.
Wat moet er in de offerte of het contract staan?
Minstens deze punten:
- wat er gebouwd wordt;
- op wiens naam de domeinnaam en de hosting staan;
- hoe lang een contract loopt en hoe je opzegt;
- wat er met je domein en je teksten gebeurt als je vertrekt.
Let op contracten die stilzwijgend verlengen zonder redelijke opzegtermijn.
Moet ik bij de oplevering alles zelf nakijken?
Nee, maar het loont om het één keer zelf te doen. Je hebt er geen technische kennis voor nodig, en je weet daarna precies wat je in handen hebt.







